|
Hoge prikkeldrempel
twee reacties
mogelijk:
A: Passief: ze laten zich leiden door de hoge drempel en
hebben heel veel prikkels
nodig
om goed te kunnen functioneren, oftewel een
onderreactief zenuwstelsel.
B: Actief: ze willen die hoge drempel bereiken en
vertonen juist prikkelzoekend
gedrag.
Voorbeeld bij A: Dit zijn
de laat tot niet reagerende kinderen. Ze lijken
ongeïnteresseerd, apatisch, sloom en het lijkt ook alsof ze
voortdurend oververmoeid zijn. De hersenen krijgen niet wat ze
nodig hebben om reacties op te wekken. Ze lijken zich regelmatig
niet bewust van hun omgeving en reageren traag op vragen terwijl
hun gehoor goed is. Als ze vallen voelen de kinderen vermindert
pijn. Ze voelen niet dat er nog pasta rond hun mond zit na het
boterham eten.
Voorbeeld bij B: Dit zijn
de actieve kinderen, sterk betrokken bij hun omgeving. Ze maken
geluid als ze werken, doen druk, kauwen op de koordjes van hun
trui of jas, mouwen van het
T-shirt, wriemelen, wiebelen en raken vaak andere kinderen aan.
Hierdoor kan ruzie ontstaan. Ze verkennen voorwerpen door deze
langs hun huid te strijken. De kinderen zorgen o.a. voor extra
druk op hun huid door zich expres te laten vallen.Ze zitten
graag op een stoel met hun benen onder zich gevouwen. Het
liefst lopen ze op blote voeten. Ze vinden het heerlijk om op de
kop te hangen en kijken soms ook zo televisie. Deze kinderen
draaien zichzelf vaak rond en zoeken continu bewegingsprikkels
op de speelplaats.
LEES
VERDER
< TERUG |